Gedrag en opvoeding

Buitenlandse honden hebben vaak een verleden met negatieve ervaringen. Ze zijn weggejaagd en geslagen en hun leven op straat of in een asiel was erg stressvol, met strijd om voer en een droge slaapplek. Zelden hebben ze zich volkomen veilig gevoeld en deze negatieve ervaringen hebben natuurlijk in meer of mindere mate invloed op hun gedrag. Ze kunnen afwachtend, wantrouwend of zelfs angstig zijn voor vreemden. Ze kunnen hun voer verdedigen of bang zijn van een riem om hun hals. Soms zijn ze bang voor andere honden. Om een goede relatie op te bouwen met je hond, is het daarom niet alleen van belang dat je weet hoe je de hond moet voeden en zijn vacht moet verzorgen, maar ook is het heel erg belangrijk dat je je verdiept in het gedrag van de hond, hoe je dat gedrag kunt benoemen en herkennen en hoe je dat gedrag kunt beïnvloeden. Verder is het van essentieel belang dat je weet welke leerprincipes er gelden voor honden. Met andere woorden hoe leert je hond.
Deze informatie is een bewerking van een artikel op www.hondentraining-adviescentrum.nl

Hondengedrag en uw rol als eigenaar

Om je hond te leren om op waargenomen prikkels met gewenst gedrag te reageren zul je op de juiste wijze met je hond moeten communiceren. Ook in de dagelijkse omgang met je hond is die juiste voor de hond begrijpelijke communicatie van groot belang om gedragsproblemen te voorkomen. Daarbij is ‘samenwerking’ met je hond van groot belang. De natuurlijke drift van de hond is om samen te werken met anderen om een bepaald doel te bereiken. Dus als jij je hond wilt opvoeden en trainen ga dan de samenwerking aan en maak er een win-win situatie van.

Rekening houden met de emoties van je hond

Onbewust weet elke hondeneigenaar de emoties bij zijn hond waar te nemen en te benoemen. Vaak hoor je dan ook zeggen mijn hond is blij, verdrietig, boos, angstig enz. Door de technologische ontwikkelingen is het voor het eerst mogelijk om op biologische basis emoties te meten bij dieren.

Angst, blijschap, woede, onzekerheid en genegenheid zijn volgens diverse wetenschappers en onderzoekers emoties die honden ook ervaren.  Ook is het duidelijk dat honden menselijke emoties herkennen. Aan je lichaamstaal en gezichtsuitdrukkingen hoe subtiel ook neemt je hond onder andere je emoties waar. Houd in de omgang met je hond rekening met de emoties van je hond. De band tussen jou en je hond zal er alleen maar door verbeteren.

Leer de (stress) signalen van je hond te herkennen

Honden kunnen net als wij mensen gestrest raken van situaties die niet beheersbaar voor ze zijn. Als je hond gestrest is kun je dat zien aan de signalen die ze uitzenden. Als het stressniveau van je hond te hoog is wordt het verdedigingsmechanisme van de hond vaak sneller geactiveerd. Als dat stressniveau continu te hoog is, is er sprake van chronische stress wat de gezondheid van hond in lichamelijk en geestelijk opzicht ernstig kan schaden.

Zorg voor voldoende beweging en afleiding

Zorg dat je hond voldoende beweging krijgt. Door te weinig bewegen kunnen er allerlei ongewenste gedragingen bij je hond ontstaan. Verder kan te weinig beweging stress bij je hond veroorzaken. Ga veel wandelen met je hond op verschillende plaatsen zodat je hond en beweging en voldoende afleiding krijgt. Speel met hem spelletjes waarbij de hond veel beweging krijgt. Ook kun je spelletjes spelen met je hond waarbij zijn hersenen geactiveerd worden zoals bijvoorbeeld zoekspelletjes.

Wees consequent in je gedrag en wat je wel of niet toestaat van je hond

Door er voor te zorgen dat jezelf consequent ben in je eigen gedrag wordt het voor je hond duidelijk wat je werkelijk bedoelt. Spreek binnen je gezin de regels af wat je hond wel mag en wat hij niet mag en op welke wijze en wie de hond corrigeert voor gedrag wat volgens die regels niet is toegestaan. Ben je er wel van bewust dat straffen alleen niets oplost!

Beloon meer – Straf minder

Het is voor het hebben van een goede relatie met je hond van belang dat je hond respect voor je heeft en jij voor je hond. Respect kun je niet af dwingen door je hond te straffen maar vooral door duidelijkheid te bieden en je hond goed te begeleiden bij zijn opvoeding en in zijn dagelijkse omgang met mensen, dieren en niet levende zaken.

Uit recent onderzoek (Professor Coren, gepubliceerd 24 mei 2012) blijkt dat honden die tijdens training/opvoeding, gestraft worden door middel van slaan, schoppen, toedienen van elektronische schok of pijnprikkel door bijvoorbeeld gebruik van slipketting, toepassen van fysieke kracht, schreeuwen, bedreigen enz. sneller agressie tonen dan honden die getraind worden via een positieve trainingsmethode.

Dus wil jij een goede relatie met je hond opbouwen en wil je hebben dat je hond respect voor je heeft beloon dan meer en straf minder. Het zal de gehoorzaamheid van je hond en de relatie die je met je hond hebt ten goede komen.

Ga op zoek naar hulp en begeleiding!

Wij adviseren iedereen om zich aan te melden bij een hondenschool waar getraind wordt op basis van een positieve leermethode. En wanneer er grotere problemen zijn, schakel dan de hulp in van een gediplomeerd kynologisch gedragstherapeut!

————————————————————————————————-

Baas of liefdevolle coach?

Buitenlandse honden zijn vaak erg roedelgericht. Ze hebben op straat of in een asiel vaak in een groep geleefd en ze kennen de hondentaal door en door. Om een goede verstandhouding met uw hond te kunnen hebben, is het belangrijk dat u iets van het gedrag en de “taal” van uw hond begrijpt. Wanneer mens en hond elkaar begrijpen en respecteren scheelt dat heel wat stress voor beide partijen. 

Onderstaande informatie komt uit diverse artikelen en lezingen.
Meer informatie is te vinden op www.doggo.nl en op www.hondenlezingen.nl

Dominantie is een woord waar veel hondeneigenaren mee geconfronteerd worden. Of ze dat nu willen of niet. Er is altijd wel een buurman, bekende, vriend of “iemand met verstand van honden” die weet je weet te vertellen dat je een dominante hond hebt en dat het belangrijk is dat je hem de baas blijft of wordt. Maar inmiddels weten we meer.

Visie op het dominantiemodel

Het woord dominant houdt voor de meeste hondeneigenaren in dat de hond de baas van de roedel wil worden of het al is. Om dit te bereiken, zou de hond zich op zo’n manier gedragen dat hij hoger op de rangordeladder komt. Dit zou hij bijvoorbeeld kunnen doen door als eerste door de deur te gaan, door aan de riem te trekken, door te grommen als hij van de bank af moet of als er iemand bij zijn voerbak komt. Dit idee komt natuurlijk niet zomaar uit de lucht vallen.

We hebben het te danken aan onder andere de zooloog Schenkel en David Mech, een vooraanstaand bioloog die in de jaren ’70 onderzoek deed naar wolven. Hij observeerde wolven en concludeerde op basis van zijn observaties dat de status van de roedelleider, de alpha, binnen een roedel heel belangrijk was en dat veel wolven door middel van conflicten bezig waren om die status te verkrijgen. Omdat er toentertijd nog zonder twijfel vanuit gegaan werd dat je het gedrag van wolven één op één kon doortrekken op het gedrag van honden, gingen deskundigen en eigenaren er van uit dat het ook voor onze honden gold dat ze de hele dag bezig zijn met rangorde en hun best doen om hoger op de rangordeladder te komen.

De mens als ‘superroedelleider’

Zo moesten wij dus met onze honden omgaan: alsof het wolven waren die ondergeschikt waren aan ons, de superroedelleider. En om te zorgen dat we die superroedelleider bleven, moesten we regeren met harde hand. Wij gaven de richting aan en dus moesten wij als eerste de deur uit.

De regels om te voorkomen dat jouw hond de baas werd:

  • Een hond die op de bank ging liggen, probeerde gelijk met ons te komen (of nog erger, probeerde hoger in rang te worden dan wij). Hij mocht dus nooit op de bank en als hij wel op de bank lag, moesten we hem stevig corrigeren zodat hij zijn plaats weer zou leren kennen. De hond mocht uiteraard NOOIT op hogere posities liggen en zeker niet op bed slapen.
  • We mochten niet ’s avonds voor het slapengaan nog een knuffel aan de hond gaan brengen als hij netjes in zijn mand lag, want dan maakten we onszelf ondergeschikt. Was het immers niet zo dat alleen een mindere naar zijn meerdere ging? Dus nooit naar de hond toegaan, hem altijd bij je roepen!
  • Eten deden we natuurlijk altijd als eerste, als echte superroedelleider. Pas daarna kreeg de hond.
  • Als de hond het in zijn hoofd haalde om zijn voerbak te verdedigen, dan had je als eigenaar al echt een vet probleem: hij accepteerde jou dan helemaal niet meer als roedelleider en was je ‘de baas’. Ferme maatregelen waren dan nodig: iedere keer opnieuw zijn voerbak afpakken en hem stevig corrigeren als hij dat niet accepteerde, net zolang tot hij gedwee goedvond dat jij zijn voerbak afpakte.
  • Elk initiatief van de hond om iets te doen met jou (spelen, knuffelen) moest je zo niet corrigeren dan toch op z’n minst negeren: een ware roedelleider wolf verwaardigd zich ook niet om in te gaan op het initiatief van zijn ondergeschikten. Het initiatief lag immers altijd bij hem? Als je al speelde met de hond, moest je je er dus van vergewissen dat JIJ het spel begon en zeker het spel ook eindigde. En je moest natuurlijk ook zorgen dat je ALTIJD won: de hond mocht een trekspelletje NOOIT winnen: hij zou er maar arrogant van worden en denken dat hij misschien iets over jou te zeggen had!
  • Als je hond in de weg lag en niet opzij ging als jij er langs wilde, dan versperde hij je dus de weg: als je dat tolereerde waren echt de rapen gaar! Een ondergeschikte had ALTIJD aan de kant te gaan voor de roedelleider, en als hij dat niet deed was dat een teken dat hij geen respect voor je had. Je moest dus dwars door hem heen lopen, ook als je hem daar misschien pijn mee deed: eigen schuld dikke bult.
  • Een hond die niet luisterde als je hem een commando gaf? Wat nou niet luisteren, hij HAD maar te luisteren. Dus AF is AF, en als hij het niet deed dan was hij ongehoorzaam en niet respectvol naar jou als leider! Een niet opgevolgd commando MOEST je dus afdwingen met correcties, want een ongehoorzame hond was een hond die bezig was jouw positie als roedelleider te betwisten.Corrigeren op z’n wolfs

Dat corrigeren, dat deden we natuurlijk ook op z’n wolfs. Niet slaan, want daar begrepen honden niks van, dat doen ze onder elkaar ook niet: slaan is iets voor katten. Nee, een stevige nekbeet nabootsen door middel van een ruk aan de slipketting: dat begrepen honden tenminste. Of anders toch wel met je hand over de snuit ‘bijten’, zoals honden onderling dat ook doen. Bij een ernstige overtredingen paste maar een middel: je dwong de hond op zijn rug, net zoals honden onderling zich alleen waarlijk overgeven als ze echt op hun rug gaan liggen.

Andere inzichten!

Als eerste wordt er binnen de wetenschap volop gediscussieerd over de vraag of je het gedrag van de wolf met alles wat daarbij hoort kunt vergelijken met dat van onze hedendaagse hond. Met andere woorden is het de vraag of onze honden in zijn totaliteit kunt vergelijken met wolven. Dit is een aparte discussie met diverse verschillende invalshoeken, maar de algemene teneur lijkt inmiddels wel te zijn dat je niet zomaar kunt stellen dat honden zich per definitie gelijk gedragen als wolven. Zo is het goed om nog even stil te staan bij het feit dat de honden die wij nu hebben, niet afstammen van de wolven die tegenwoordig geobserveerd worden. Uit DNA-onderzoek is gebleken dat onze honden afstammen van wolven die nu niet meer in leven zijn. Het zou dus in theorie nog zo kunnen zijn dat het gedrag van de geobserveerde wolven anders is dan dat wat de voorouders van onze honden lieten zien. We zullen dat nooit zeker kunnen weten, want die voorouders zijn er niet meer!

Los van die veronderstellingen en discussie is er inmiddels ook veel kritiek op het onderzoek van David Mech. Onder andere van hemzelf nadat hij verder onderzoek had gedaan. Het onderzoek op basis waarvan de term alpha geintroduceerd is, is uitgevoerd onder een roedel wolven die geen familieband met elkaar hadden. Bovendien was er een beperkt gebied waarbinnen ze zich konden bewegen en was er sprake van voedselschaarste. Onnatuurlijke omstandigheden die een vertekend beeld gaven van wolven die veel met elkaar in conflict waren om hogerop te komen. Mech onderzocht later wolvenroedels die familie van elkaar waren en de vrijheid hadden om overal te gaan waar ze wilden. Er was voldoende voedsel aanwezig. Hij zag heel ander wolvengedrag!

Harmonie i.p.v. hiërarchie

Binnen deze “gezinnen” is weinig sprake van conflicten. Simpelweg omdat de jongeren de ouders respecteren omdat ze ouder zijn. Als er misverstanden zijn, worden die in de regel door duidelijke lichaamstaal uit de wereld geholpen. Gedrag is geritualiseerd, om zo weinig mogelijk schade aan te richten bij de roedelleden. Het is immers familie en vanwege het doorgeven van je genen is het onlogisch als je je familie schade toebrengt. Er is dus zeker wel sprake van een hiërarchie, maar niet op basis van conflict.

Wie waar staat in de hierarchie, is geen vaststaand gegeven! Twee dingen zijn belangrijk, namelijk de sociale band die er bestaat tussen de roedelleden en een eigendom. Binnen de wolven is geobserveerd dat de sociale band belangrijk is bij het al dan ontwijken van conflictsituaties. Hoe nauwer die band, hoe minder conflicten. Eigendom is in combinatie met leerervaringen ook belangrijk. Denk hierbij aan eigendommen als voer, speeltjes maar ook eigenaren of een bepaalde plek. Sommige honden vinden voer belangrijk, anderen hechten hier minder waarde aan en vinden hun speeltje het belangrijkste wat er bestaat. Dit eigendom vinden ze eventueel de moeite waard om hiervoor een conflict aan te gaan met iemand anders uit de roedel. Maar niet nadat ze een inschatting gemaakt hebben hoe groot de kans is dat ze het van een ander winnen in een dergelijk conflict. Dit gebeurt op basis van leerervaringen. Zo kan binnen een roedel van drie honden een hond beslissen dat hij zijn speeltje met agressie verdedigt als de ene hond erbij komt, maar als de andere in de buurt is hij het laat gaan. Omdat hij geleerd heeft dat het speeltje voor de ene wel belangrijk genoeg is om het conflict over aan te gaan en dat voor de andere hond niet het geval is.

Natuurlijk is er wel sprake van enige hiërarchie: de oudere dieren zijn letterlijk ‘ouder en wijzer’ en zij laten de jongeren zien hoe iets moet. Ze leren ze waar ze bang voor moeten zijn, waar ze op kunnen jagen, hoe ze moeten jagen, ze leren ze de sociale omgangsvormen.

Daar is spel voor bedoeld: jonge dieren spelen altijd met elkaar, en tijdens dat spel leren ze hoe hard en hoe zacht ze moeten zijn. Ze testen er hun vaardigheden mee en bekwamen zichzelf in bepaalde vaardigheden. Ook de ouderdieren spelen, maar dan vooral met de jongere dieren. Het bijzondere is dat ze daarbij precies weten hoe hard ze kunnen spelen. Dieren doen aan zogenaamd ‘self handicaping’: als ze spelen met een dier dat minder sterk is of minder snel is, gebruiken ze zelf ook minder kracht of gaan ze iets langzamer rennen zodat de ander ze nog kan bijhouden. Net zoals wij volwassenen doen als we met ons kind stoeien.

Zo leren de dieren elkaar kennen en zo leren ze wat ze aan elkaar hebben. Dat moet wel, want ze moeten leren hoe ze moeten samenwerken. Alleen door samen te werken en te weten waar de anders talenten liggen en daar ook gebruik van te maken, kun je slagen tijdens de jacht, om maar wat te noemen. In je eentje lukt het niet een antilope te vangen, als team lukt dat wel.

Het blijkt ook dat helemaal niet alleen de alpha reu als eerste mag eten: als de buit gevangen is stort iedereen zich erop en probeert iedereen het beste stuk te krijgen. Dat wat je hebt weten te scoren, mag je houden. Niemand pakt iets van de ander af. Als een jonge reu iets lekkers heeft en er komt een ouder dier iets te dicht in zijn buurt naar zijn smaak, zal hij grommen en zijn kostje verdedigen. Dat mag: daar wordt hij niet voor afgestraft en in zijn nek gebeten of op zijn rug gegooid.

In een roedel wolven heerst rust en harmonie. Aldoor gevechten aangaan is veel te risicovol: niet alleen degene waarmee je vecht zou gewond kunnen raken (en je hebt eigenlijk alle groepsgenoten nodig om te kunnen overleven), maar je zou zelf ook wel eens gewond kunnen raken! En dus zijn wolven eigenlijk vooral aardig en beleefd tegen elkaar. Ze hebben keurige sociale omgangsregels, gewoon omdat het belangrijk is dat iedereen weet waar hij aan toe is en om te voorkomen dat er steeds conflicten uitbreken. Eigenlijk houden wolven het, net als wij, het liefst gewoon een beetje gezellig.

Wat is jouw rol als hondeneigenaar?

Het grote probleem van het dominantiemodel is dat conflict en machtstrijd de basis is. Veel gedragsproblemen zouden volgens de dominantievisie ontstaan zijn doordat de hond de roedelleider is of in elk geval probeert dat te worden. Door als eigenaar “de baas” te zijn, zouden die problemen zich oplossen. Deze visie gaat volledig voorbij aan het feit dat veel gedragsproblemen te maken hebben met bijvoorbeeld angst en onzekerheid, een totaal andere motivatie dus dan “de baas willen zijn”.

Wat zegt dat nu over onze omgang met onze honden? In elk geval dat het onzin is dat je je hond met man en macht ‘de baas’ moet blijven. Natuurlijk geef je structuur en duidelijkheid, natuurlijk moeten er wel regels zijn en het is als ‘ouderdier’ jouw taak om je hond die regels te leren. Net zoals het jouw taak is om je hond duidelijk te maken welke omgangsregels er gelden in jullie gezin.

Eigenaren die proberen de baas te zijn, doen dit soms door duidelijke regels te stellen en consequent te zijn. Anderen gaan verder en gebruiken fysieke correcties om de baas te worden/zijn over de hond en zo ongewenst gedrag te (proberen te) voorkomen, zoals slipkettingen, elektrische stroombanden of een ruk aan de riem. Deze eigenaren zoeken zelf het conflict in feite op. Met de kennis van tegenwoordig is het logischer (en ook veiliger!) om het conflict niet aan te gaan, maar te zoeken naar de achterliggende oorzaak van het probleemgedrag. Vaak is dit complexer dan te kijken naar wie de dominante is.

Hedendaagse onderzoeken leren ons dus dat het zeer onwaarschijnlijk is dat de hond de hele dag bezig is met rangorde en conflicten en dat er dus andere dingen belangrijk zijn. We hoeven ons als eigenaar dus ook niet meer zo druk te maken over dat we “de baas” moeten zijn en we de strijd met onze hond aan moeten gaan.

LET OP: dit betekent niet dat er geen regels hoeven te gelden! Een hond heeft duidelijkheid nodig om zich veilig te voelen. Consequente begeleiding van een eigenaar is dus nog steeds noodzakelijk, maar er is niets mis mee om als eigenaar je eigen regels te bedenken. We moeten voor onze honden als een soort ouders zijn, door ze leiding te geven en duidelijk te zijn wat wel en niet mag en de honden daarin opvoeden. Om dit duidelijk te maken heb je geen fysieke correcties nodig! Je hond opvoeden kan door gewenst gedrag te belonen en ongewenst gedrag te voorkomen. Als dit niet lukt (vaak omdat we als eigenaar te weinig kennis of kunde hebben), kun je ervoor kiezen om ongewenst gedrag te corrigeren, maar ook dan is het niet nodig om je hond pijn te doen. Door kennis te hebben van leerprinpices, kun je ook op andere manieren ongewenst gedrag verminderen.

In de praktijk

Een hond die gromt als je in de buurt van zijn eten komt, wordt nog wel eens bestempeld als dominant. Het gevolg is, dat de eigenaar het advies krijgt om ervoor te zorgen dat de hond weet dat je de baas bent en dat je het eten mag afpakken. Want: “in het wild eet de alpha ook altijd als eerste en heb je als roedelleider de beschikking over al het voedel”. Een uitspraak die gebaseerd is op het dominantiemodel dat vroeger gehanteerd werd, onder meer op basis van de onnatuurlijke situatie dat een wolvenroedel te weinig eten had en de andere wolven geen familieleden waren. Het gevolg van het idee dat je als eigenaar de baas moet zijn, is de hond wordt dus gestraft als hij gromt als er iemand bij zijn bak zit.

Maar meestal zijn honden met voerbaknijd in die situatie onzeker (te zien aan de lichaamstaal van onder meer oren naar achteren en staart laag). Ze zijn bang dat hun voer wordt afgepakt. Soms is die angst gegrond, omdat de eigenaar in het verleden vanuit het idee dat hij de baas moet zijn en dus het voer moet kunnen afpakken, dit vaak “geoefend” heeft. Soms is die angst ongegrond, maar speelt het belang van het eigendom (vanwege bv. honger of een zwervend verleden) een belangrijke rol.

Het conflict aangaan door het voer af te pakken, is dus onverstandig. Als eerste loop je als eigenaar een risico gebeten te worden. Als tweede is het ook voor de hond zeer onprettig en onnodig. Door hem te leren dat hij juist meer eten krijgt als je in de buurt komt, werk je aan twee dingen. Hij leert dat hij niet bang hoeft te zijn om zijn eigendom te verliezen. Bovendien hou je de sociale band tussen jullie tweeen goed, omdat je het conflict niet met hem aan hoeft te gaan.

Mag je hond als eerste de deur uit?

Ja hoor, als jij dat geen belemmering vindt en niet bang hoeft te zijn dat –ie meteen door een auto wordt overreden, dan mag dat best. Hij gaat niet als eerste de deur uit om jou de baas te zijn, hij gaat als eerste de deur uit omdat hij niet kan wachten op dat uitje waar hij zo’n zin in heeft.

Mag je hond op de bank?

Ja hoor, als jij dat niet zonde vindt van je bank, dan mag dat best. Hij gaat daar niet liggen om hoger gepositioneerd te zijn, hij gaat daar liggen omdat het een lekker zacht plekje is. Of omdat hij vanaf die positie de boel makkelijk in de gaten kan houden. Of omdat hij het fijn vindt om tegen je aan te liggen. Mag hij van jou niet op de bank? Zorg dan dat je hem een plekje geeft waar hij het net zo lekker vindt liggen! En wil – hij op de bank omdat hij het fijn vindt tegen je aan te liggen maar wil je je bank graag netjes houden? Ga dan af en toe zelf even op de grond zitten en laat hem lekker tegen je aan liggen!

Mag je hond trekken aan de lijn?

Nou, het wandelt voor jullie beiden wat ongemakkelijk, maar als jij er geen problemen mee hebt en hij ook niet, dan mag hij trekken. Hij trekt niet omdat hij jou wil leiden of omdat hij je de baas wil zijn, hij trekt omdat hij graag ergens snel wil komen!

Mag je hond zijn kop op je schoot of schouders leggen?

Tuurlijk mag dat, als dat ontspannen gebeurt: hij is niet bezig met jou te domineren!

Mag je hond een spel beginnen?

Een advies dat vaak aan eigenaren wordt gegeven, is nooit in te gaan op het initiatief van een hond om te spelen: als hij zijn speeltje bij je komt brengen en je gaat er op in, dan laat je hem de leiding nemen en voor je het weet is hij jou dan de baas. We weten dus nu dat dat onzin is. Hij brengt zijn speeltje omdat hij zin heeft om te spelen! Moet je er dan altijd maar op ingaan? Nee, natuurlijk niet. Maar dat heeft meer te maken met die ‘regels van het gezin’ dan met de hiërarchie. Je wilt gewoon geen hond die altijd maar bepaalt wat er gebeurt, net zomin als je altijd maar onmiddellijk klaar wilt staan voor je kinderen.

Agressie = dominantie?

Als honden van nature nou zo harmonieus zijn, als ze het dan zo graag gezellig willen houden, hoe kan het dan dat er toch echt honden zijn die veel en vaak agressie inzetten? Naar andere honden, naar vreemde mensen, naar hun eigenaar zelfs?

Naar mijn stellige overtuiging komt agressie eigenlijk ALTIJD voort uit angst.

Of dat nou angst is voor iets wat ze kan worden aangedaan of angst om iets te verliezen dat belangrijk voor ze is: eten, een lekkere rustplek, het eigen territorium zelfs. Vanuit het hiërarchiemodel blijkt lang niet al het gedrag van honden te verklaren. David Mech heeft in alle jaren dat hij dat onderzoek deed NOOIT waargenomen dat er een gevecht plaatsvond louter alleen om de macht. Gevechten braken uit vanwege de bescherming van de zogenaamde levensbronnen. Ter bescherming dus van dat wat belangrijk is voor het dier. En wat een dier wel of niet belangrijk vindt, is afhankelijk van het dier zelf, maar ook van de omstandigheid. Als er te weinig te eten is, is eten heel belangrijk en dus het waard om voor te vechten. Als er maar weinig veilige en schaduwrijke plekjes zijn om te rusten, dan wordt het knap belangrijk om dat plekje te verdedigen als je het eenmaal te pakken hebt.

Angst en gebrek aan vertrouwen

Honden die agressie inzetten, zijn – behalve die enkeling die ‘gestoord’ is – dus eigenlijk gewoon bang. Of op z’n minst onzeker. Ze hebben geen vertrouwen dat die vreemde het goed met ze voor heeft, ze hebben geen vertrouwen dat hun eten of botje niet wordt afgepakt, ze weten niet zo zeker of die andere hond wel aardig tegen ze zal zijn, ze hebben geen vertrouwen dat hun eigenaar ze niet zal straffen. Als je ergens bang voor bent, kun je er voor weglopen, dat is evident. Maar je kunt er ook tegen vechten. Welke strategie een hond kiest, is afhankelijk van zijn persoonlijkheid én van zijn ervaring in welke strategie wel werkt en welke niet. Hoe meer een hond ervaart dat het helpt om te grommen, hoe vaker hij die strategie zal inzetten.

Hoe kun je als baas agressief gedrag voorkomen?

Aan jou als eigenaar dus de taak om ervoor te zorgen dat je hond zo min mogelijk nare ervaringen opdoet die hem in de toekomst bang zouden kunnen maken én dat je hem helpt om in die situaties waarin hij wel bevreesd is de strategie te kiezen waar hij wat aan heeft en die voor jou of anderen niet onplezierig is.

Hoe doe je dat? Niet door hem fysiek te straffen, dat mag duidelijk zijn. Dat maakt een hond alleen maar banger én het zet de relatie onder druk. Bovendien is het gevaarlijk. Bijtincidenten blijken het meest voor te komen bij honden die door hun baas fysiek gestraft worden.

Jij als rechtvaardige coach

Voor je hond moet je geen roedelleider zijn, maar een begeleider, een coach, een rechtvaardige, behulpzame en duidelijke ouder. Vanaf het moment dat de hond bij je woont, begeleidt je hem heel zorgvuldig. Je brengt hem de regels van jullie gezin bij en laat hem die regels volgen door ze voor hem ook plezierig te maken. Je helpt hem bij het leren van de sociale omgangsvormen tussen honden onderling door hem in aanraking te brengen met leuke, sociale honden waar hij dus geen nare ervaringen mee zal opdoen en die hem kunnen leren wat de regels van het spel zijn. Je laat hem zo veel mogelijk verschillende leuke mensen ontmoeten, waar hij eigenlijk alleen maar leuke ervaringen mee opdoet. Je zorgt dat hij zich veilig bij je voelt, dat hij je vertrouwt en dat hij voldoende zelfvertrouwen ontwikkelt om de wereld aan te kunnen. Je helpt hem kortom, om binnen zijn mogelijkheden en met zijn persoonlijkheid, er het beste van te maken.

————————————————————————————————

 

Stress bij honden

De volgende informatie komt uit het artikel “Stress bij Honden” –Clara ten Oever
Een belangrijke oorzaak van gedragsproblemen

Stress hoort bij het leven. Iedereen heeft er in meer of mindere mate last van, net als onze honden. Een beetje stress houdt je alert, maar teveel stress is niet gezond. Hoe weten we of we onze hond niet overvragen? Teveel stress is naast gezondheidsproblemen de belangrijkste oorzaak van gedragsproblemen bij honden. Helaas wordt het nog vaak niet erkend. Dat komt omdat gedragsproblemen in veel gevallen nog toegeschreven worden aan een zogenaamd ‘dominantieprobleem’. Zeer onterecht. De therapie gebaseerd op dit ‘dominantie-denken’ heeft juist een averechts effect: het veroorzaakt nog meer stress.

Wat gebeurt er bij stress?

In situaties die door een individu als gevaarlijk of spannend worden ervaren, maakt het lichaam een stofje aan, het stresshormoon adrenaline. Adrenaline zorgt ervoor dat je snel kunt denken en snel kunt reageren in een gevaarlijke situatie. Maar niet alleen in gevaarlijke situaties stijgt het stresshormoon. Ook bij pijn, verdriet, of juist opwinding van blijdschap stijgt de adrenaline. Fysieke inspanning draagt ook bij aan een stijging. Iedere dag stijgt en daalt dit stofje dus in ons bloed, net als bij onze honden. Gedurende de slaap daalt het stressniveau weer. En zolang het stresshormoon niet teveel stijgt en voldoende tijd krijgt om weer te zakken, is er niets aan de hand. Dan blijf je in balans. Pas als het spreekwoordelijke glas overloopt, komt een mens of dier in de problemen. Dan spreek je van chronische stress, overspannenheid of ‘burn out’. De meesten van ons hebben wel eens ervaren dat we prikkelbaar kunnen zijn bij te veel spanning en te weinig slaap. Sneller boos worden en geluidgevoeliger zijn. Dat is ook wat bij honden gebeurt, vooral als er gedurende langere tijd teveel stress bestaat. Naast gedragsproblemen wordt ook het risico op gezondheidsproblemen groter, omdat het immuunsysteem wordt ondermijnd: terugkerende oorontsteking, blaasontsteking en huidproblemen zijn bekende voorbeelden.

Het vervelende van stresshormonen is dat het lang duurt voordat ze uit je lichaam zijn verdwenen. Honden die vluchten omdat ze zijn geschrokken, bijvoorbeeld van vuurwerk, kunnen wel 2 tot 6 dagen weg blijven. Zo lang kan het duren voordat de stresshormonen weer voldoende gedaald zijn en een hond durft terug te komen. Tijd geven om te herstellen van stress is dus van groot belang. Dat betekent dat je een hond rust moet geven. Een plek waar de hond graag ligt en zich kan terugtrekken is dan ook belangrijk. Helaas krijgen mensen nog vaak het tegenovergestelde advies: eigenaren van drukke puppy’s of hyperactieve honden horen vaak dat ze uren moeten wandelen, moeten gaan fietsen met de hond, de hond moe moeten maken. ‘Doe meer’ wordt gezegd, maar het advies zou juist moeten zijn ‘doe minder’! Veel mensen denken dat een drukke puppy nog te veel energie heeft. Het tegendeel is waar: de pup is net als drukke kleine kinderen aan het eind van de dag heel moe en heeft juist rust nodig. Het motortje is als het ware doorgedraaid.

Herstellen van chronische stress kan soms maanden en zelfs jaren duren. Dit geldt zowel voor honden die overvraagd zijn (fysiek en mentaal), als voor getraumatiseerde honden.

Oorzaken van stress bij honden

In onze mensenwereld bestaan vele stressvolle situaties voor honden. Drukte, lawaai, verkeer om er maar een paar te noemen. De ene hond kan er beter mee omgaan dan de andere. Dat heeft met verschillende factoren te maken, zoals genetische aanleg en ervaringen. Vooral de ervaringen in de eerste twee levensjaren kunnen grote invloed hebben op de rest van het leven.

 

Een traditionele gehoorzaamheidstraining is een stressvol gebeuren. Kort aangelijnd op rij met vreemde mensen en honden. Daarbij wordt op de hond ook nog veel druk gezet om hem in onze taal allerlei commando’s te leren. Het bijten in de lijn is een ernstig stress-symptoom.

Wij brengen vaak onbewust honden in stressvolle situaties. Het is een lange lijst, maar een aantal voor veel honden stressvolle plekken en situaties zijn: een schoolplein; winkelcentrum of markt; vastgebonden zitten buiten een winkel; opgesloten zijn; verblijf in een asiel; alleen thuis zijn; harde geluiden zoals onweer of vuurwerk; bezoek aan de dierenarts en trimster; gehoorzaamheidstraining, flyball of andere opwindende en fysiek zware cursussen en langs de fiets meelopen. Maar ook een zieke eigenaar; drukke kinderen; bezoek; het zien van katten of andere honden; stoeien, trekspelletjes en ballen gooien; aangeraakt worden door vreemde mensen; mee met de bus van de uitlaatservice en verkeerde ‘handling’ en hulpmiddelen kunnen stressfactoren zijn in een hondenleven.

Natuurlijk kun je stressvolle situaties niet altijd voorkomen. Een bezoek aan de dierenarts is nu eenmaal soms noodzakelijk. Maar ook dan kunnen we het een hond wel makkelijker maken. Wacht met je hond in de auto of buiten in plaats van in de wachtkamer, waar de hond stress kan opbouwen. Blijf zelf rustig, geef geen commando’s en corrigeer niet. Misschien wil de dierenarts de inenting wel buiten geven in plaats van in de spreekkamer. En is een bezoek stressvol geweest voor de hond, zorg dan dat de hond de dag erna extra rust krijgt. Als je hond panisch is voor de dierenarts, overweeg dan op zoek te gaan naar een dierenarts die bij je thuis wil komen.

Belangrijk is dat je leert zien wat voor jouw hond stressvol is. En dat kan natuurlijk, afhankelijk van leeftijd of gezondheidstoestand, wisselen. Sommige van bovenstaande situaties zijn per definitie stressvol voor honden, zoals ook straf en ziekte en pijn. Hoe graag wij ook iets willen, stel jezelf steeds de vraag of het in het belang van je hond is. Observeer je hond, hoe gedraagt hij zich, hoe beweegt hij, wat geeft hij aan? Houdt hij zijn rug rond en strekt hij zich niet een keer uit tijdens een les behendigheid? Houdt hij zijn voor- en achterpoten dicht bij elkaar en beweegt hij de kop zo snel als mogelijk weer naar beneden? Bovenstaande wijst op pijn en toch doet de hond wat wij hem vragen. Loopt je hond in kruisgang of telgang? Telgang kan mogelijk wijzen op pijn of een laag energieniveau. De hond probeert op die manier pijn te verminderen of energie te sparen. Mee aan de fiets en niet zelf het tempo en de duur kunnen bepalen? Niet kunnen stoppen als je ergens van schrikt of je voetzolen pijn doen, niet de nodige signalen met andere honden kunnen uitwisselen? Denk steeds goed na wat je van je hond vraagt en observeer of jouw hond het aankan. En zorg dat je de hond voldoende tijd geeft voor herstel.

 

Kinderen die niet geleerd hebben hoe op een verantwoorde manier met honden om te gaan, kunnen veel stress veroorzaken. Het hijgen, de weggedraaide koppen en dichtgeknepen ogen zijn signalen waarmee de honden te kennen geven de situatie niet prettig te vinden. Ook de camera speelt hierin waarschijnlijk een rol.

Een van de belangrijkste oorzaken van een te hoog stressniveau bij honden ligt in de manier waarop wij met honden omgaan. Meestal gebeurt dat niet opzettelijk. Integendeel, de meeste mensen hebben het beste voor met hun hond. Vaak berust het op een gebrek aan kennis. Niet vreemd, want die kennis is nog betrekkelijk nieuw. Pas de laatste 10-15 jaar wordt gedegen onderzoek verricht. Maar het goede nieuws is, dat er juist in die omgang met honden veel winst valt te behalen.

Dat een hond zal proberen de baas over ons te worden is een zeer hardnekkig denkbeeld. De angst voor de zogenaamde dominante hond is ons decennia lang ingepeperd en bepaalt nog steeds ons denken over honden en onze omgang met honden. Wij geven een hond meestal maar heel weinig keuzes: wij bepalen de route van de wandeling, waar en hoelang de hond snuffelt, wanneer en wat hij eet, hoe lang hij wandelt, wanneer hij zijn behoefte mag doen, waar hij moet slapen, wanneer hij geknuffeld wordt en we vinden dat de hond te allen tijde naar ons kan en moet luisteren en liefst meteen. Wij voeren de regie over zijn leven en dat geeft honden veel stress. Als we de signalen die de hond ons geeft leren zien, zijn taal leren, dan komen we er achter wat zijn behoeftes zijn en waar zijn grenzen liggen. In welke situaties de hond zich onveilig voelt of juist prettig. Dan kunnen we veel onnodige stress voorkomen. Niet verstaan worden tast het welzijn van een hond ernstig aan.

Deze hulphond krijgt een goedbedoelde knuffel van een bewoonster in een verzorgingstehuis. Aan de vele signalen die deze hond geeft had de begeleidster van de hond moeten zien dat deze hond de situatie niet aankan. De uitgestoken tong, het wegdraaien van de kop, de rimpels in het voorhoofd, de naar achteren staande oren, de iets samengeknepen ogen en de verkorte starende blik laten zien dat dit een voor de hond onveilige en dus stressvolle situatie is. Deze hond zou uit noodweer kunnen gaan bijten, hij kan immers niet vluchten. Hij heeft dan al vele signalen gegeven die wij niet verstaan hebben.

De zwarte hond wordt gecorrigeerd door middel van een ruk aan de lijn. Dat is traumatiserend en zeer schadelijk voor de kwetsbare nek. De vele conflictvermijdende signalen, zoals de lik over de neus, de opgeheven poot en de naar achteren staande oren laten zien dat het stressniveau hoog is. Daarnaast buigt de hond zijn achterhand met staart naar binnen om zijn lichaam te sluiten voor de dreiging. De ogen hebben een verkorte starende blik gekregen.

Hoe kun je stress herkennen?

Net als de lijst van oorzaken is ook de lijst van stress-symptomen lang. Hijgen is een symptoom dat bij stress snel wordt gezien. Maar een hond kan natuurlijk ook hijgen na inspanning of bij warmte. Gapen kan vermoeidheid zijn of een signaal om een ander gerust te stellen. Bij stress zorgt gapen ervoor dat de stress afneemt. De hond stelt zichzelf als het ware gerust. De context waarin je een signaal waarneemt is dus belangrijk om het goed te kunnen duiden. Geoefende waarnemers zullen ook verschillen zien in het hijgen of het gapen.

Zoals de ene persoon nagels zal gaan bijten in spannende situaties, zal een ander misschien rusteloos op en neer gaan lopen. Bij honden is dat precies zo: gaat de een meteen blaffen, een andere hond zal eerder onder de tafel duiken.

Een situatie waarin veel honden in meer of mindere mate spanning ervaren is de komst van bezoek. Al van kleins af aan ervaren honden de drukte rondom bezoek. De bel als vooraankondiging van onrust op de plek waar je je veilig voelt. Goedbedoelde knuffels van vreemde mensen en hoge stemmen. De pup weet zich met de aandacht van het bezoek geen raad en wordt onrustig en bijterig ten gevolge van de verhoogde spanning. Hoe harder de beet, des te hoger de stress. Helaas wordt ongewenst gedrag bij bezoek vaak afgestraft met als gevolg dat het stressniveau verder stijgt en er een negatieve associatie ontstaat met bel en bezoek. Blaffen, opgewonden gedrag, dingen in de bek dragen, opspringen, plassen, snappen, bijten, omklemmen en rijden, likken en rondjes draaien zijn voorbeelden van veelvoorkomend gedrag bij de komst van bezoek.

Een pantoffel of schoen in de bek nemen wordt door mensen leuk gevonden, maar de hond probeert op die manier om te gaan met de spanning. Bijten kan stress-bijten zijn, iets dat je veel ziet bij puppy’s en jonge honden, maar kan ook een heel ander soort bijten zijn, namelijk om de dreiging af te wenden. Als een hond plast als er bezoek komt, wordt vaak gezegd dat het ‘vreugdeplasjes’ zijn. Maar plassen in deze context betekent altijd een verhoogde spanning: als adrenaline stijgt, gaan de nieren harder werker. Net al bij ons als wij vlak voor een examen eerst nog even moeten plassen. Ook blaffen is een teken van verhoogde spanning. Dat kan van blijdschap of opwinding zijn, maar ook vanuit negatieve spanning. Bijvoorbeeld als de hond probeert de afstand tussen hemzelf en degene die hij bedreigend vindt te vergroten. De reden van het blaffen is te horen aan toonhoogte en patroon van het blaffen. Rijden wordt heel vaak bestraft, maar is een ernstig stress-signaal. Samen met het stresshormoon adrenaline stijgt het seksueel hormoon. In het lichaam gebeurt dus heel veel als de spanning stijgt. 

Een aantal veelvoorkomende stress-symptomen, naast de hierboven genoemde, zijn: rusteloosheid; overgevoeligheid voor geluid en/of bewegingen; gespannen spieren; staart najagen; diarree; vernielen; kwijlen; erectie; schuim in mondhoeken; alert slapen; verandering van de kleur van de ogen en omhoog staande haren op de rug. Ook bij honden die de hele tijd bezig zijn en steeds contact willen hebben, speelt stress een rol. Voorts is bijten in riem, broekspijpen of handen een teken dat het stressniveau snel stijgt. Hard tegen een andere hond of mens aanlopen; schaduwen najagen; snel opgewonden zijn; waakgedrag; niet kunnen concentreren; niet kunnen luisteren; zweetvoetjes; een harde beet; mentale vermoeidheid; geen contact kunnen maken; niet eten of juist teveel; haarverlies; rijden op andere honden, mensen of een kussen; een snelle kwispel van de staart; beven; krabben en vernielen horen ook in de rij van stress-signalen thuis.

Door middel van veel van de bovenstaande gedragingen probeert een hond zijn stress kwijt te raken. Dat kan ook door een voortdurende herhaling van hetzelfde gedrag. We kennen allemaal de tijger of ijsbeer in de dierentuin die heen en weer loopt langs de tralies. Een herhaling van bewegingen stimuleert de aanmaak van endorfine die ook al getriggerd is door pijn en stress. Dit stofje verdooft de pijn en verlaagt het stressniveau. Bij honden zie je bijvoorbeeld het voortdurend likken van zichzelf of van een glad voorwerp of het sabbelen op een deken. Een schrijnend voorbeeld is de hond die alleen al bij het zien van de stroomband zijn flosstouw in de bek nam om er in ritmische bewegingen op te sabbelen. Op die manier probeerde deze hond de enorme stress die ontstond bij het zien van de stroomband te beheersen.

Honden kunnen in stressvolle situaties juist ook rustig gedrag vertonen, waardoor de indruk kan ontstaan dat zij ermee overweg kunnen. Als een drukke omgeving door een hond als bedreigend wordt ervaren, kan de hond zich hiervoor afsluiten (hond kan gaan staren en bevriezen). Naderhand kunnen er door het opgelopen stressniveau wel reacties te zien zijn.

Gezondheidsproblemen die kunnen samenhangen met stress zijn onder meer de al eerder genoemde infecties in oren en blaas; hartproblemen; allergieën; voeding-gerelateerde problemen; verlies van pigment in de neus of een droge brokkelige neus; hoofdpijn (de hond houdt vaak de kop tussen de poten); oorproblemen, zoals vieze oren, stinkende oren of mijten; epileptische aanvallen (kan gerelateerd zijn aan hebben van een obsessie voor dingen, bijvoorbeeld vliegen); brokkelige nagels; prostaatproblemen en huidproblemen, zoals kale, kapotte plekken.

Deze honden moeten ver over hun grenzen gaan: de wijd geopende bek, de lange tong, het schuim en de bellen zijn tekenen van een hoog stressniveau.

Het hijgen, de naar achteren getrokken lippen met de rimpels om de mondhoeken wijzen op stress bij deze hond.

Lange termijn consequenties

Gedragsproblemen die vaak voorkomen ten gevolge van veel en langdurige stress kunnen zijn angsten, depressiviteit, agressie, obsessief gedrag, hyperactiviteit en een hond die zich steeds terugtrekt, in het Engels aangeduid met de term ‘shut down’. Ook overgevoeligheid voor geluid, licht, geuren, bewegingen en aanraking en trekken en/of uitvallen aan de lijn zijn voorbeelden van gedragsproblemen waarbij chronische stress (mede) een rol speelt.

Bij stress is er meestal sprake van een opbouw. Kan een hond op maandag nog omgaan met het alleen zijn, de dinsdag en helemaal de woensdag kunnen al veel moeilijker worden. Of neem een Border Collie, een sensitieve hond. Lukt het de hond normaal gesproken om niet achter een rijdende auto aan te gaan, tijdens de periode van het vuurwerk kan diezelfde auto de hond helemaal gek maken. Bijtincidenten bij kinderen zijn gelukkig zeldzaam, maar als het voorkomt is het naar mijn ervaring vaker op een maandag dan een andere dag in de week. Tijdens het weekend, wanneer kinderen die over de grenzen van een hond gaan thuis zijn, kan het stressniveau bij de hond oplopen. Het lukt de hond dan nog ermee om te gaan, maar als er op maandag niet genoeg gerust kan worden en het stressniveau verder is gestegen, is er bij thuiskomst van de kinderen soms maar een kleine trigger nodig. Een volgend bijtincident is bij verantwoorde omgang heel goed te voorkomen.

In het voorkomen van gedragsproblemen is het dus belangrijk om zicht te krijgen op het mechanisme stress in het algemeen en bij jouw hond in het bijzonder.

Wat kun je voor je hond doen?

Gelukkig kun je veel doen. Soms zelfs met snel resultaat, maar meestal is geduld vereist. En ‘less is more’ gaat hierbij heel vaak op. Daar waar mogelijk is preventie natuurlijk het allerbeste. Stress kun je voorkomen of beperkt houden door de taal van de hond te leren. Observeer je hond en probeer er achter te komen wat zijn behoeftes zijn en in welke situaties hij zich niet prettig voelt of juist wel.

Ban alle vormen van straf uit. Straf is een grote stressfactor. Het schaadt het vertrouwen en maakt de hond onzeker. In de derde klas van de basisschool kreeg ik les van een juf die schreeuwde en op de vingers sloeg als je in haar ogen iets verkeerds deed. In geen enkel ander jaar waren mijn prestaties zo slecht. De spanning alleen al van de mogelijkheid van straf blokkeerde het leerproces. En hoe kun je je veilig en beschermd weten door iemand die zelf geen controle lijkt te hebben? Die onvoorspelbaar is in zijn gedrag. Straffen heeft niets met leren te maken.

Voor een hond is structuur en voorspelbaarheid belangrijk. De meeste honden zijn gewoontedieren en houden van regelmaat. Je kunt honden laten weten dat je van huis gaat door bijvoorbeeld altijd hetzelfde zinnetje uit te spreken. En bij ongewenst gedrag kun je op een vriendelijke manier grenzen aangeven.

Als je een cursus wilt volgen, denk er dan aan naar een cursus te gaan waar individueel of in een klein groepje wordt gewerkt. Lessen waar de honden worden opgepept, waar geschreeuwd wordt of waar je met hoge stem of een speeltje je hond moet aanmoedigen, zijn niet in het belang van honden. Een hond moet zich kunnen concentreren en moet kunnen nadenken. Honden die te opgewonden zijn kunnen dat niet. Lessen waar je hond een uur lang, zonder pauze, in een groep van 8 of 10 honden aan een korte lijn commando’s moet uitvoeren, zijn schadelijk voor je hond. Bezoek een cursus waar je leert communiceren in plaats van commanderen. Een cursus waar wordt gekeken naar wat jouw hond aankan en waar je leert ervoor te zorgen dat de hond zich kan ontwikkelen tot een stabiele hond met een flinke dosis zelfvertrouwen.

Bedenk dat ballen gooien, vooral als je dat dagelijks doet, slecht is voor het bewegingsapparaat en het stressniveau doet stijgen. En dat we honden daarmee feitelijk trainen in het najagen. Honden die gedurende een wandeling alleen nog maar oog hebben voor de bal en constant hiermee bezig moeten worden gehouden, hebben een ongezonde obsessie ontwikkeld.

Je kunt voor bijvoorbeeld een week een dagboekje bijhouden van wat de hond allemaal doet. Als je uitkomt op 40 procent actie en 60 procent rust per 24 uur is dat eigenlijk al niet goed. Een hond heeft per etmaal zo’n 18 uur slaap nodig om mentaal en fysiek gezond te blijven.

 

‘Quality time’ kan je een hond op vele manieren geven. Bijvoorbeeld door een boswandeling. Soms zie je mensen met een hond wandelen, maar lijkt het alsof ze zich niet realiseren dat de hond mee is. Ze zijn druk met bellen of lopen ver vooruit zonder om te kijken naar de hond. Dan is een wandeling geen ‘quality time’. Tegen elkaar aanliggen op de bank of even tegen je hond praten is ook ‘quality time’. Het gaat om de band die je met je hond hebt, wat je ook samen doet.

Honden doe je een groot plezier met een ‘snoepjes boom’: leg in en rond een boom of op boomstammen allerlei lekkernijen. Je kunt ook je tuin ‘versieren’ met lekkere dingen. Het zoeken geeft de hond enorm veel voldoening. Bovendien kost het zoveel energie dat de hond erna voldaan moe is en het stressniveau gedaald.

    

Door in een rustig tempo te wandelen breng je ontspanning bij je hond. Het is goed om te observeren bij welk tempo en in welke omgeving je hond zich prettig voelt en om hem volop te laten snuffelen. Dat geeft een hond informatie over de omgeving, andere honden en dieren. Soms staat een hond een tijd stil. Niet om te plagen, maar om met alle zintuigen de omgeving in zich op te nemen. Gebruik enkel hulpmiddelen die geen pijn veroorzaken. Liefst een goed zittend borsttuig en een lichte lijn van 3 of 5 meter. De lijn dient uit veiligheidsoverwegingen en niet om de hond mee te corrigeren. Honden vinden het niet prettig om aangelijnd recht op een mens of andere hond af te lopen. Je kunt daar rekening mee houden door in een boog te lopen.

Een pup mag nog maar hele kleine stukjes wandelen. Een hond van bijvoorbeeld 4 maanden oud mag maximaal 20 minuten in totaal over de hele dag wandelen. Het rekensommetje is veelal bekend: het aantal maanden vermenigvuldigen met 5 minuten. Vaak wordt gedacht dat dit de wandeltijd per keer is. Maar dan zou je puppy met 4 maanden al aan de wandeltijd van een volwassen hond komen. Geen moederhond die haar pup dit zou aandoen. Het zou veel te belastend zijn voor het nog weke skelet en fysiek veel te zwaar. Door de grote inspanning en de vele prikkels van al het nieuwe stijgt het stressniveau, waardoor de pup niet meer tot rust kan komen. Hyperactiviteit en andere ongewenste gedragingen zijn het gevolg. Belangrijkste blijft dat je leert zien wat de hond aankan. Misschien is dat wel minder dan de uitkomst van bovenstaande rekensom. Of wil hij helemaal nog niet wandelen, ook goed. Dat komt vanzelf. Bedenk dat je een pup ook in je armen mee naar buiten kunt nemen. Om alleen maar even in de voortuin te staan of voor een kleine wandeling. Zonder fysieke inspanning en vanuit een veilige positie kan de pup de vreemde wereld geleidelijk in zich opnemen.

 

Vraag bezoek of ze willen helpen het voor de hond zo ontspannen mogelijk te maken door de hond niet aan te kijken en niet aan te halen. Wij vinden het ook niet prettig om door vreemden aangeraakt te worden. Bij opspringen helpt het om rustig je rug naar de hond toe te draaien. Dan ben je minder bedreigend en zal de hond sneller kalmeren.

De scheiding van de moeder, verblijf in een asiel en een herplaatsing geven een hond veel stress. Geef de hond tijd om aan de mensen en aan de nieuwe omgeving te wennen. Maak zijn wereld nog niet te groot.

Belangrijk is je te realiseren wat je allemaal van je hond vraagt en of jouw hond dit aankan. Misschien doe je te veel en breng je je hond onbewust in moeilijke situaties. Als er dingen te verbeteren zijn, gun jezelf daarvoor dan de tijd. Hopelijk kan dit artikel bijdragen aan het welzijn van je hond.

——————————————————————————————————–

distruzione2Alleen zijn en verlatingsangst

In het buitenland hebben veel honden geen huiselijk leven gekend. Ze zijn niet veel aandacht, warmte en gezelligheid gewend. En langzaam maar zeker zullen ze wennen aan “hun” mensen, ze zullen ze gaan vertrouwen en ze gaan zich steeds meer op hun gemak voelen. U, als nieuwe eigenaar zult in het begin zoveel mogelijk thuis zijn, om de hond de tijd te geven om zich te settelen en een band met u op te bouwen. Maar dan komt het moment dat u de deur uit moet, voor boodschappen, voor een bezoek aan het een of ander, of om te werken. Dan is uw hond dus voor het eerst helemaal alleen. Hier kan uw hond erg onzeker van worden. Hij kan zich in de steek gelaten voelen en kan gaan huilen, janken of blaffen om zijn roedel weer bij elkaar te roepen. Ze kunnen plassen en poepen in huis of soms zelfs uw meubilair gaan slopen.

Het alleen-zijn kunt u het beste opbouwen met kleine stapjes. Leer uw hond dat u even de keuken in kunt gaan, zonder dat hij u volgt, hij moet dus alleen in de kamer blijven. U kunt dit eerst doen met een open woonkamerdeur, zodat uw hond ziet dat u niet echt weggaat. Als dit goed gaat, oefent u dit met de woonkamerdeur dicht. Na een minuut komt u weer terug en gaat verder met wat u aan het doen was. Geen aandacht aan geven dus en niet belonen als uw hond stil is gebleven. Dit bouwt u steeds verder uit totdat uw hond het normaal vindt dat u even de kamer uit bent.

Verder kunt u oefenen met het pakken van uw jas en deze weer ophangen. Het pakken van uw sleutels en deze weer neerleggen. Als u dit vaak herhaalt, zal uw hond begrijpen dat het pakken van uw jas en sleutels normaal is en niet tot spanning of angst hoeft te leiden. Dan gaat u naar buiten, uw hond blijft binnen en zorg dat hij u ziet. Na een minuutje gaat u weer naar binnen zonder aandacht aan uw hond te geven. Dit breidt u ook weer stapsgewijs uit. Als dit goed blijft gaan, ga dan even naar buiten waarbij uw hond u niet meer kan zien. Bouw ook dit weer rustig op.

Zorg voor afleiding voor de hond als u weg moet. Zijn favoriete speeltje, een grote kauwstaaf, een Kong gevuld met lekkers. Deze dingen geeft u alleen als u de deur uit moet, zodat het een speciale traktatie blijft en hij er niet aan gewend raakt.

U kunt voor pups/jonge honden ook een bench overwegen. Sommigen honden vinden een bench prettig, mits juist toegepast, omdat ze er een veilig holletje in zien. Een bench moet een zachte ondergrond hebben, een matrasje of een dik kussen, zeker als de hond er langere tijd in moet liggen. Zet de bench zo neer, dat de hond wel zijn mensen kan zien, maar zet hem op een rustige tochtvrije plek. Sommige honden vinden het prettig als de bench is afgedekt met een deken, zodat ze de bench als een soort hol, een beschutte plek, kunnen ervaren.

Geef uw hond zijn voer en zijn snacks in de bench, zodat hij leert dat het een vertrouwde plek is. Laat in de beginperiode altijd het deurtje open staan, zodat uw hond, zeker in de gewenningsperiode vrij in en uit kan lopen en niet het gevoel krijgt dat hij wordt opgesloten. Beloon uw hond met iets lekkers als hij uit zichzelf in de bench gaat liggen.Als dit goed gaat en uw hond regelmatig uit eigen vrije wil in de bench gaat liggen, dan kunt voorzichtig proberen om het deurtje dicht te doen. U blijft erbij zitten zonder verder aandacht aan de hond of de bench te geven. Na een minuutje doet u het deurtje weer open en loopt erbij weg, alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Dit bouwt u rustig op. Als uw hond hieraan gewend is, dan probeert u even weg te lopen, terwijl het deurtje gesloten is. Na 1 minuut doet u het deurtje weer open. Ook dit bouwt u rustig op, zodra u ziet dat uw hond er geen moeite mee heeft.

Als dit allemaal goed gaat en uw hond een poosje in de bench kan liggen met het deurtje dicht, dan kunt u beginnen met even weggaan, eerst even de kamer uit en in een later stadium naar buiten gaan. Dit kunt u uiteraard ook combineren met de radio aanlaten, een kauwbot geven om te knagen of zijn vertrouwde knuffelbeest.

Wat u niet mag doen: uw hond straffen als bij thuiskomst blijkt dat hij geplast of gesloopt heeft. De hond zal de straf in verband brengen met uw thuiskomst en niet met wat hij (misschien wel een uur geleden) gedaan heeft. Hij krijgt dus als het ware straf op het moment dat de baas er weer is en dat zal er uiteindelijk toe kunnen leiden dat hij wegkruipt als u thuiskomt. Nooit uw hond opsluiten, dat verergert alleen maar het gevoel van alleen gelaten zijn en wordt als een straf ervaren.

Wat u wel kunt doen:

  • Als u gewend bent om dagelijks de radio of televisie aan te hebben, laat deze dan aanstaan als u weggaat. Het geluid
    kan een kalmerende werking hebben op de hond.
  • Leg een kledingstuk dat u net heeft gedragen bij de hond, bijvoorbeeld een oud T-shirt. Uw vertrouwde geur kan een geruststellende werking hebben.
  • Als u weggaat of thuiskomt, besteedt hier dan geen aandacht aan. Begroet uw hond niet en neem geen afscheid. Doe alsof het de normaalste zaak van de wereld is en maak er geen speciale gebeurtenis van.

Tot slot:
Het overwinnen van verlatingsangst vraagt geduld en tijd, want uw hond heeft al een aantal jaren een heel ander leven geleid. Uw hond zal dus niet in één week een heel nieuw leven onder de knie krijgen. Voor mensen die een hond willen adopteren, waarvan op voorhand al bekend is dat deze verlatingsangst heeft: het zal veel helpen, als u al één of meerdere stabiele honden in huis heeft. Veel angstige honden trekken zich vrij snel op aan de honden die al bij u wonen. Gaat u een hond met verlatingsangst adopteren en overweegt u na een tijdje om er nog één bij te nemen, wacht dan eerst tot de verlatingsangst van de eerste hond is overwonnen. De kans is namelijk groot dat de tweede hond dit gedrag overneemt.

——————————————————————————————————